MusicHome
Ruud Jonker

Nieuwe kabels


Dit artikel is de eerste in een reeks van twee en besteedt aandacht aan nieuwe kabels die op de een of andere manier de belangstelling wekken. De nieuwe Array-kabels, het netsnoer van van den Hul en de opvolger van de NordOst SPM, de Valhalla, worden in dit eerste deel belicht. De volgende keer staat dan Generatie 5 van Siltech in de belangstelling.

Hoe test en beschrijf je kabels? Het is meestal een absoluut zwaktebod om bij elke nieuwe kabel te roepen dat de ruimte goed is, het laag zo diep gaat en de emoties je volledig vloeren. Zulke eigenschappen zijn namelijk ook aanwezig bij een willekeurig stuk getwist schelledraad. Het is dus zinvol om zo nauwkeurig mogelijk te kwantificeren en te kwalificeren wat je hoort. Maar hoe weet je nou of een kabel echt bij de top hoort? In feite heeft dat alles te maken met het hebben van een referentie. Vakmensen luisteren vaak middels een top-down benadering, terwijl veel audio-consumenten bottom-up luisteren en waarderen. Vanwege de beperkte redactionele ruimte ga ik nu even kort door de bocht. Bottom-up wil zeggen dat je een set wilt verbeteren en bijvoorbeeld andere kabels aansluit. Van de verandering die hoorbaar wordt, is vaak moeilijk te bepalen of het om een verandering of een echte verbetering gaat. Dat komt omdat audio-consumenten ook een referentie-niveau hebben dat van beneden naar boven werkt. Je begint uiteindelijk niet met een perfect systeem dat enkele tonnen kost. Audio-professionals, zoals recensenten, fabrikanten, importeurs en studio-technici, zijn doorgaans gewend om te luisteren naar de beste apparatuur die beschikbaar is. Dat is dan meteen een soort ultieme referentie. Als je vanuit die ultieme referentie gaat luisteren naar een ‘mindere’ set, dan hoor je werkelijk ogenblikkelijk waar de problemen van die mindere set liggen. Dat is veel simpeler dan je zou denken en werkt ook makkelijker dan de bottom-up methode. Wie gewend is om altijd naar een werkelijk topsysteem te luisteren, kan moeiteloos aangeven waar het fout gaat als je minder goede componenten inschakelt, of naar ‘mindere’ systemen luistert. Het is veel lastiger om een systeem bottom-up te ‘updaten’, omdat je doorgaans niet weet waar je uit dient te komen (let op dat er niet staat: ‘uit wilt komen’). Ok, het beste jongetje of meisje uit de klas zal nu roepen: ‘Maar wat gebeurt er nu als je een referentie-systeem hebt met de allerbeste kabels in de wereld en je legt daar een betere kabel in. Dat is toch ook bottom-up? ‘ Klopt, maar je praat dan meestal over erg kleine veranderingen cq. verbeteringen. Daar komt bij dat ervaren luisteraars ook bottom-up vrij goed kunnen beoordelen, omdat ze nou eenmaal een goed mentaal beeld hebben over hoe audiofiele parameters maximaal kunnen scoren in geluidssystemen. Voor een paar valkuilen wil ik nog waarschuwen. Kabels kun je doorgaans alleen maar in vergelijkende zin beoordelen. Iemand die een luisterruimte binnenloopt en roept: ‘ ik kan duidelijk horen dat hier Chinese Wall Flatstream gemonteerd is’ liegt ze volledig bij elkaar of beschikt over een eigenschap die ik in ieder geval niet ken. Een ander feit is dat de betere kabels niet als compensatie-component gebruikt kunnen worden. Het is heel makkelijk om een kostbare kabel aan te sluiten, te constateren dat alles erg aggressief gaat klinken en die kabel de schuld te geven. Gewoon struisvogelpolitiek voor het feit dat die betere kabel de problemen in de luidsprekers en/of versterkers moeiteloos belicht. Tenslotte kunnen ook de beste kabels in de wereld in hele specifieke combinaties van versterkers en luidsprekers een keertje niet goed functioneren. Een analyse maken van wat er aan de hand is en dingen even anders inrichten, lijkt dan een intelligentere techniek dan rond te roepen dat zo´n kabel niet deugt.

De kandidaten

Deze keer staan er interlinks van Array en NordOst in de startblokken, de luidsprekerkabels van Array en NordOst en de nieuwe netkabel van van den Hul. Die laatste kabel heet de Mainstream Hybrid en is een soepele maar dikke kabel (15mm), bestaande uit verzilverde OFC-geleiders en Linear Structured Carbon lagen. Over netkabels wordt al net zoveel fictie geschreven en voorgedragen als over andere kabels, dus wees behoedzaam als het over frequenties gaat die al dan niet via die kabels in je versterker komen. Nee, de werking van netkabels berust grotendeels op twee belangrijke principes. Zo´n kabel moet gewoon voldoende stroom leveren en is per definitie een antenne die alle RFI-troep van de versterker uitstraalt of juist ontvangt en naar binnen sluist. Van den Hul stelt dat de stroombehoefte (de ‘current surge’) van een elektronisch component, als gevolg van de serie weerstand- en de serie-inductantie van de kabel, een voltage-dip veroorzaakt, waardoor de buffer-elco´s van dat component minder goed geladen worden. De daardoor veroorzaakte ‘ripple’ op de dc-power-supply neemt toe en de spectrale-ruisinhoud verandert. Dit tast het niveau en de kwaliteit van de ruisvloer aan en heeft uiteraard consequenties voor transparantie, definitie, focussering enzovoort. RFI-instraling houd je tegen door de kabel uit te voeren als een soort filter voor instraling boven pakweg 1 megahertz. Normaal gesproken wordt hoogfrequente instraling vertaalt naar frequenties binnen de audioband en die verhogen de waarneembare ruisdrempel van het systeem. Mijn ervaring met netkabels is doorgaans beter dan met netfilters. Iemand die het tegendeel denkt te kunnen bewijzen stuurt die dingen dus maar op. Ik heb al mijn referentie-systemen de afgelopen maanden uitgevoerd met zoveel mogelijk Mainstream-kabels. De ervaring was elke keer hetzelfde. Er ontstaat binnen het systeem een overduidelijk waarneembaar soort ‘schoonheid’ in de weergave. Transparantie, detaillering, rust, focussering en definitie nemen daardoor duidelijk toe. Dat komt niet omdat die kabels zulke eigenschappen plotseling introduceren. Die eigenschappen zijn al onderdeel van een goed audio-systeem. RFI en andere storingen camoufleren die eigenschappen door een hogere ruisdrempel. De Mainstream verlaagt de ruisdrempel en daardoor komen die eigenschappen beter tot hun recht.

Array en NordOst

We hebben hier te maken met kabels die tot de allerbeste in de wereld horen. Dat zeg ik omdat ik in een aantal top referentie-systemen nog nooit iets heb gehoord dat significant beter scoort. Voor de duidelijkheid: ik heb hier nog geen Siltech G5 gehoord, behalve de nieuwe phonokabel. De constructie van de Array-kabels is dusdanig dat er een lage impedantie ontstaat voor hoog-frequente velden. Je hebt dan een ‘snelle’ kabel gemaakt, hetgeen hier betekent dat er dus minder tijdsvervorming is als funktie van de frequentie. De induktie speelt nauwelijks een rol, dus de vertraging van de lage frequenties is gelijk aan die van de hogere frequenties. De Array-kabel is ook een maximaal slechte antenne. Er wordt geen elektromagnetisch veld gemaakt, maar ook niet opgepikt. Deze kabel is eigenlijk een heel steil filter, maar dan vanaf pakweg 10 megahertz. De group-delay voor de frequenties die daaronder zitten is mooi constant. De constructie van de Array-interlink lijkt duidelijk niet op een coax-kabel. Een coax-architectuur is in feite een soort oneindig aardscherm waar alles op instraalt, maar heeft wél goede eigenschappen in het audiogebied. De specifieke kabelarchitectuur van Array gaat uit van de eerder genoemde filterwerking en de constante group-delay. Bij de luidsprekerkabel heb je dan nog dat er veel stroom loopt. Zo´n stroom veroorzaakt Lorentz-krachten waardoor geleiders op elkaar in gaan werken. Daardoor is de impedantie van zo´n kabel niet constant. Door die stroommodulatie ontstaat een tijd-domein versmering waar het oor erg gevoelig voor is. Door de Array-kabelgeometrie wordt dit probleem opgelost. Hetzelfde zie je gebeuren bij Kimber en bij NordOst, hoewel dat op sommige aspecten verder of minder ver gaat. Het geheim van het goede geluid bij NordOst zit onder andere in de uiterst stabiele teflon-omhulling, waardoor de draden geen kans hebben op beweging. Ook het lucht-diëlektricum speelt hier een rol. Op gebied van RFI-onderdrukking gaat NordOst minder ver. Opvallend is dat Array de geometry van een kabel veel belangrijker vindt dan het materiaal. Vanwege de impedantie waarmee je een luidsprekerkabel aanstuurd is materiaal volstrekt onbelangrijk en ‘solid core-’ geleiders verdienen de voorkeur. Litze heeft nadelen vanwege de microfonie. Voor een interlink is het materiaal wél van belang en Array gebruikt dan ook zwaar verzilverd OFC. Het is overigens aardig dat zowel de Array-mensen als de vertegenwoordigers van NordOst zeggen dat ze nog zoveel ontdekt hebben, dat er nog erg veel ruimte is voor verdere experimenten en verbeteringen van hun produkten.

Luisteren

Als meelopende referentie heb ik de ‘oude’ NordOst SPM en de Siltech 288 G3 Gold gebruikt. Zoals al gezegd leveren al deze kabels, inclusief de nieuwe Array-kabel en NordOst Valhalla absolute topprestaties. De eigenschappen liggen erg dicht bij elkaar, maar in de accentverschillen schuilt het audiofiel vennijn. Laat ik van al deze kabels een korte karakteristiek geven. Die zou dan herkenbaar moeten zijn bij zelf luisteren. De NordOst SPM valt op door de schitterende ‘organisatie van de ruimte’. Er is geen enkele kabel die dat in die mate doet. De SPM is soms wat dunner in het laag, maar de Valhalla heeft daar geen problemen meer mee. Wat de Valhalla toevoegt aan de SPM is een nog verdere mate van coherentie, de fabelachtige tekening van de stage en een soort ver doorgevoerde ritmische coherentie, waardoor alle instrumenten zonder tijdvertraging klinken in een afgebakende virtuele omgeving, waarbij toch de totale coherentie behouden blijft. Lastig om uit te leggen maar fascinerend om te horen. De Valhalla zorgt verder voor fabelachtige dynamische contrasten en heeft een soort ‘verhoogd’ energie-niveau, waardoor je de indruk krijgt van een enorme drive, dynamiek en een dubbel uitgangsvermogen van de versterkers. Net als de Valhalla, de SPM en de Array-kabel, horen we bij de Siltech hetzelfde soort fenomenale upper-ambiance. De Valhalla en de Array-kabel laten het gewicht van het laagste oktaaf op dezelfde voortreffelijke wijze tot uitdrukking komen als de Siltech. Tussen de Siltech en de andere kabels zit nog een tonaal verschil. De Siltech heeft een erg fraai en ‘smooth’ middengebied. De andere kabels neigen qua midden-toon naar wat neutraler tinten. Array valt zeker nog op door de ver doorgevoerde- en spectaculaire focussering. Naast een uitermate neutrale toon is er ook een voortreffelijke tonale balans en een fraaie ambiance-weergave.

Conclusie

De nieuwe Array-kabels en de NordOst Valhalla scoren zeer hoog in de top tien van ´s werelds beste kabels. Bedenk dat deze kabels in een groot aantal systemen voor consistente resultaten zorgen. Die kleine beschreven verschillen zullen als basis moeten dienen voor de uiteindelijke aankoopbeslissing. Het zal lastig zijn om kabels te vinden die nog significant beter zijn. Bedenk ook dat de prijs-kwaliteits verhouding in kabelland vrijwel los staat van elke rationele overweging. De van den Hul Mainstream is een fraai gebouwde netkabel, die op overtuigende wijze de ‘noisefloor’ verlaagt en de prestaties van een audio-systeem duidelijk hoorbaar verbetert.

Ruud Jonker


Musichome Maart 2001


Array: Geavanceerde techniek, audiofiel doorontwikkeld

Reviews:

Music Emotion (PL)
Ruud Jonker (M-10, A-10)

HighFidelity.pl (PL)
Marek Dyba (S-10, A-3)

HIFI.nl (NL)
Max Delissen (S-10)

HVT (NL)
Marnix Bosman (S-10)

HVT (NL)
Bert Oling (PH-2, A-3 en M-2)

HVT (NL)
Bert Oling (A-2, S-1)

MusicHomeStudio (NL)
Ruud Jonker (S)

HVT (NL)
Bert Oling (PH-1)

Positive Feedback (USA)
Francisco Duran, Ed Morawski, Danny Kaey (P-1, S-1)

The Absolute Sound
Sue Kraft (A-1, M-1)

ImageHiFi (Dld)
Michael Vrzal (A-1, M-1)

MusicHomeStudio (NL)
Ruud Jonker (OPAL, GEODE)

HVT (NL)
Ruud Jonker (A-1)

Stereo
Holgar Barske (A-1, M-1)

MusicHomeStudio (NL)
Ruud Jonker (A-1, M-1)

Audio en Techniek
John van der Sluis (P, M)

MusicHomeStudio (NL)
Ruud Jonker (interview)